Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Administratie van de Thesaurie
Deposito's en consignaties en 
verzetbetekeningen
 

     

Deposito- en Consignatiekas

---

Algemene informatie
Organigram
Contact
Nieuw op de site
Agentschappen
Beslag-Verzet
Borgtochten
Dematerialisatie
Diverse bewaargevingen
Diverse publicaties
Gerechtelijke consignaties
Rentevoeten
Vereffende vennootschappen
Wetten en Besluiten
Verjaring
Slapende tegoeden
Bijzonder Beschermingsfonds
Formulieren
Index
Jaarverslag
Lexicon
Vraagbaak
Nuttige links
Zoeken in deze subsite
Disclaimer
Home

 

Deposito- en Consignatiekas

Wetten en besluiten - K.B. van 16 januari 2001 (B.S. 01.02.2001)


Koninklijk Besluit betreffende de waarden die worden aangenomen voor het vestigen van borgtochten bij de Deposito- en Consignatiekas.

 

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de inrichting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van sommige wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 64 van 30 november 1939, het besluit van de Regent van 26 juni 1947, de wet van 29 maart 1949 en het koninklijk besluit nr. 66 van 10 november 1967;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderdheid op artikel 3, §1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid;

Overwegende dat de waarden in consignatie bij de Deposito- en Consignatiekas grotendeels op 23 juni 2000 hun eindvervaldag bereikten en dus zonder verder uitstel dienen vervangen te worden;

Overwegende dat ingevolge de privatisering van de openbare kredietinstellingen de huidige keuze van neer te leggen waarden zo sterk wordt beperkt, dat de vervanging van de geconsigneerde waarden door andere waarden, zoals opgesomd in de lijst met toegelaten waarden, in het gedrang komt;

Overwegende dat ingevolge deze uitgebreide keuze van neer te leggen waarden het aangewezen is om deze materie voortaan te regelen bij Koninklijk besluit rekening houdend met de verordenende bevoegdheid van de Koning;

Op voordracht van Onze Minister van Financiėn,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij:

Artikel 1. Voor het vestigen van borgtochten van alle categoriėn, bij de Rijkskassier te deponeren voor rekening van de Deposito- en Consignatiekas, worden door de begunstigde aangenomen:

1° tegen het bedrag vermeld in de prijscourant, die de twintigste van elke maand als bijlage van het Belgisch Staatblad wordt bekendgemaakt : de effecten uitgegeven of gewaarborgd door de Belgische staat of zijn territoriale publiekrechtelijke lichamen;

2° a pari of tegen de laatste beurskoers zo deze lager is, de effecten uitgegeven door een andere lidstaat van de Europese Unie of zijn territoriale publiekrechtelijke lichamen;

3° a pari of tegen de laatste beurskoers zo deze lager is, de effecten uigegeven door de kredietinstellingen naar Belgisch recht, beoogd in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en door de kredietinstellingen die ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Unie en op grond van hun nationaal recht werkzaamheden in hun land van oorsprong mogen verrichten die voorkomen op de lijst van artikel 3, §2 van genoemde wet van 22 maart 1993;

4° a pari of tegen de laatste beurskoers zo deze lager is, de effecten uitgegeven door supranationale of internationale instellingen waarvan Belgiė lid is.

Artikel 2. De in artikel 1 beoogde effecten dienen :

1° bij de uitgifte een nominaal kapitaal te vermelden, waarvan de integrale uitbetaling op de eindvervaldag van het effect gewaarborgd is;

2° vrij verhandelbaar te zijn;

3° uitgedrukt te zijn in euro, hetzij in de munt van een lidstaat van de Europese Unie;

4° hun niet-vervallen coupons te bevatten.

Artikel 3. Wanneer de waarde van de borgtocht met meer dan 5 procent afneemt, kan de begunstigde een aanvullende borgtocht eisen.

Artikel 4.De titularis van een borgtocht die, geheel of gedeeltelijk, gevestigd is door middel van effecten waarvoor trekkingen plaatsvinden, is ertoe gehouden de trekkingslijsten na te gaan, zonder dat het Bestuur enige verantwoordelijkheid daarvoor op zich neemt.

Hij moet ook nagaan of de nummers van de neergelegde effecten overeenstemmen met die welke vermeld zijn op het hem afgegeven ontvangbewijs. Elk gemis van overeenstemming moet dadelijk na ontvangst van dat stuk en, in ieder geval, voor de eerstvolgende trekking betreffende de neergelegde effecten, ter kennis worden gebracht van het hoofdbestuur van de Deposito- en Consignatiekas bij de Federale Overheidsdienst Financiėn.

Artikel 5. Het ministerieel besluit van 15 december 1965 betreffende de waarden die worden aangenomen voor het vestigen van borgtochten bij de Deposito- en Consignatiekas wordt opgeheven.

Artikel 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Artikel 7. Onze Minister van Financiėn is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 16 januari 2001

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Financiėn

D. REYNDERS.

 

 


Informatie: Deposito- en Consignatiekas, W. Van Herzeele Webauteur: Brigitte Degeest
Informatie laatst gewijzigd op 09/12/2011